Scoba - Waarde(n)vol onderwijs

Sint Bavo is onderdeel van de Scoba Groep

Scoba

1800 - 1890

De Franse tijd

Na de verovering van de Nederlanden door de Fransen in 1795 wordt "de Bataafse Republiek" de officiele naam voor de Verenigde Nederlanden. Nederland is dan onderverdeeld in departementen. Zeeuws Vlaanderen hoort niet bij het departement Zeeland, het werd als "Staats Vlaanderen" aan de Franse republiek afgestaan. In 1813 komt er een eind aan de Franse overheersing, en Zeeuws Vlaanderen wordt weer ingelijfd bij Nederland. Als gevolg hiervan kwamen de onderwijsvernieuwingen op grond van de afgevaardigde onderwijswetten in Zeeuws Vlaanderen later op gang dan in de rest van Nederland

De onderwijswetten
De schoolwetten van 1801, 1802 en 1806 brengen belangrijke veranderingen voor het onderwijs mee.De kwaliteit van onderwijs, onderwijzers en schoolgebouwen moet aan bepaalde eisen voldoen, en er worden schoolopzieners aangesteld die erop moeten toezien dat de regels nageleefd worden. 
Ook verliest de gereformeerde kerk haar monopolie op het terrein van het onderwijs  De openbare school wordt populair, op deze scholen wordt een algemeen christelijk principe nagestreefd, zonder geloofsverdeeldheid.

Het onderwijs


De wet van 1806 had tot gevolg dat de schoolopzieners de scholen in hun district moesten onderverdelen in rangen:
laagste rang: alleen elementaire vaardigheden werden aangeleerd: lezen, schrijven en eenvoudig rekenen
middelste rang: ook taalkunde en rekenen met gebroken getallen stonden op het programma
hoogste rang: naast de bovengenoemde vakken stonden ook aardrijkskunde en geschiedenis op het programma en in een enkel geval ook wis-en natuurkunde, muziek en calligrafie, indien de onderwijzer hiertoe bevoegd was.
In Zeeuws Vlaanderen behoort meer dan de helft van de scholen tot de laagste rang:  daardoor zal dit gebied ook lange tijd als "achterlijk" beschouwd worden 
In deze tijd werd ook het klassikale onderwijs ingevoerd, de schoolmeester moest vanachter zijn katheder komen en gaan lesgeven volgens de nieuwe regels: de school moest in groepen worden verdeeld: de eerste klas leerde lezen, de tweede schrijven en wat hoofdrekenen, de derde rekenen en taal.

Lezen

Het primair leesonderwijs bestaat in het begin van de 19e eeuw voornamelijk uit het aanleren van het ABC. ABC-boeken werden vanaf de 15e eeuw uitgegeven in de vorm van boekjes (haneboeken). Kinderen leerden uit deze boeken lezen door middel van de spelmethode. Een bekend 19e eeuws ABC boekje is "A is een aapje" waarvan verschillende uitgaven zijn verschenen. 

Later kwam de "klankmethode van Prinsen" in zwang. Kinderen leerden aan de hand van plaatjes eerst de korte klinkers en later de tweeklanken lezen. Daarna de medeklinkers en uiteindelijk het hele woord. De kinderen legden bij deze methode letterhoutjes op een letterplankje.

Rond de eeuwwisseling komt het bekende "leesplankje" in gebruik.  Het leesplankje van Hoogeveen, dat in 1898 verscheen met de voorstellingen van "Aap, Noot, Mies...." werd het bekendst. Dank zij het leesplankje en de bijbehorende vertelplaat herkennen kinderen het woordbeeld. Vervolgens worden de woorden opgedeeld in klanken en letters en weer verbonden tot woorden. 


Rekenen

De uitdrukking: "Dat is volgens Bartjens...." is bij velen bekend,  maar weinigen weten dat met Bartjens de 17e Zwolse schoolmeester Willem Bartjens wordt bedoeld. Deze man ontwierp het bekende rekenboek "Cyfferinghe" dat eeuwen later in een vernieuwde versie werd uitgebracht en gebruikt in Nederlandse scholen. Bij Koninklijk Besluit was in 1817 bepaald dat voortaan in ons land gemeten en gewogen moest worden met maten en gewichten volgens het metrieke stelsel. De meter kwam in plaats van de el.

Schrijven

Al sedert 600 na Chr. was de ganzeveer het belangrijkste schrijfgerei, maar in het midden van de 19e eeuw kwam de stalen pen, of kroontjespen in gebruik. Rond 1860 worden er ook speciale schrijfmethodes ontwikkeld, daarvóór moest de schoolmeester de schrijfvoorbeelden zelf maken.
De vorm van de letters zoals die aangeleerd werden, verschilde nogal eens, zoals op de afbeelding hieronder te zien is.


Schoolopziener H.A. Callenfels

Veel is bewaard gebleven van de verslagen van de toenmalige schoolopziener Callenfels (tevens burgemeester van Oostburg van 1821-1846 , een straat werd naar hem genoemd), waardoor we redelijk veel te weten zijn gekomen over het onderwijs in Zeeuws Vlaanderen aan het begin van de 19e eeuw.

In die periode zijn er twee scholen in Oostburg, maar na het overlijden van de hoofdonderwijzer van de ene school "fuseren" de scholen tot één grotere school. Callenfels is niet zo onder de indruk van de kwaliteiten van de huidige (derde-rangs) onderwijzer, en probeert hem te motiveren voor Groede. Als de man inderdaad in Groede is tewerkgesteld doet Callenfels zijn best om een uitmuntend onderwijzer aan te stellen, zodat hij van Oostburg een "modelschool" kan maken. Deze onderwijzer wordt gevonden in de persoon van Jan Peereboom uit Amsterdam, welke in 1821 benoemd wordt. Als ondermeester wordt Machiel Verstelle benoemd. De school telt dan ongeveer 100 leerlingen, welke in drie klassen zijn verdeeld. Peereboom werkt volgens een lesrooster, zodat alle vakken regelmatig aan de beurt komen. Ook wordt gebruik gemaakt van de leesmachine van Prinsen.